Significant


Portfolio

Nieuwe aanpak identiteitsfraude met het ID-protocol

Significant bepaalt de effecten van een nieuwe werkwijze van identiteitsvaststelling in de strafrechtsketen

Afgelopen november toonde onze Minister van Justitie in een gevangenis in Zoetermeer de nieuwe werkwijze identiteitsfraude met het ID-protocol.

24_vingerafdruk

Centraal bij deze nieuwe werkwijze staat het vastleggen en consequent gebruiken van een foto en de vingerafdrukken, en een uniek persoonsnummer (het strafrechtsketennummer). Zo wordt de kwaliteit van gegevens in de strafrechtsketen verbeterd met als doel het creëren van een ‘integer persoonsbeeld’. Dit helpt bij de opsporing van verdachten en bij de executie van straffen. Ook kunnen hiermee vormen van identiteitsfraude (zoals persoonsverwisselingen) in de strafrechtsketen worden voorkomen. Voor de betrokken ketenorganisaties (waaronder de Politie, Openbaar Ministerie, het gevangeniswezen en de verschillende reclasseringsinstellingen) die met de nieuwe werkwijze aan de slag gaan, was het onduidelijk wat deze verandering zou gaan betekenen. Enkele maanden vóór de daadwerkelijke invoering van de nieuwe werkwijze heeft Significant een onderzoek uitgevoerd waarin de verwachte effecten zijn becijferd. Significant heeft deze opdracht in samenwerking met direct betrokkenen uit het veld uitgevoerd. Het doen van de impactanalyse was niet eenvoudig. De precieze voorgenomen werking van de processen was op het moment van de impactanalyse nog niet volledig uitgekristalliseerd. Bovendien zat de noodzaak tot verandering nog niet bij alle uitvoerende organisaties (onder andere politie, OM, DJI, Reclassering) tussen de oren. Daardoor was het voor hen moeilijk bepaalde vragen met betrekking tot aannames te beantwoorden. De resultaten van het traject zijn tweeledig. Ten eerste heeft het traject geleid tot een schatting van de aantallen personen die door de keten stromen en de verandering in de werklast. Waarschijnlijk is het nuttig het rekenmodel enige tijd na implementatie opnieuw te gebruiken voor een raming. Ten tweede hebben de vele kritische vragen duidelijk geholpen bij het fine-tunen van de processen, zo ervaarde ook de opdrachtgever en de betrokken vertegenwoordigers van de uitvoeringsorganisaties. Significant maakt vaker bij voorgenomen beleid schattingen van de impact. Daarvoor stellen wij vaak een rekenmodel op met behulp van systeemdynamica. Met een dergelijk model is het mogelijk te ‘spelen’ met invoerwaarden. Zo worden de gevolgen van verschillende scenario’s gedefinieerd. Maar minstens zo belangrijk is het proces van het gezamenlijk in kaart brengen van de voorgenomen processen. Men discussieert gericht, leert, definieert, en vindt het vrijwel altijd leuk.